Terug naar het overzicht

De kerken in Zwolle tijdens het Rampjaar


Door Nathalie Niehof

Op 23 juni 1672 gaf Zwolle zich zonder slag of stoot over aan de Münsterse bisschop Bernhard von Galen. Na de onverwachte capitulatie van Deventer koos Zwolle eieren voor zijn geld en begon te onderhandelen met Bommen Berend, al was er ook een deel van de burgerij dat zich wilde verzetten. Maar omdat het garnizoen van 1.200 soldaten zich terugtrok, was er geen andere optie meer over. Zwolle kwam onder Münsterse bezetting.

De aanstaande bezetter was katholiek, de stad Zwolle voornamelijk gereformeerd. De voorwaarden voor capitulatie gingen daarom vanzelfsprekend óók over de godsdienstkwestie. Eén van de voorwaarden was dat er godsdienstvrijheid zou heersen. Een tweede voorwaarde was dat de bisschop als soeverein vorst door de Zwollenaren zou moeten worden erkend. Een derde voorwaarde was dat het gemeentebestuur, bestaande uit zestien magistraten, voor de helft uit katholieken moest bestaan. De Zwolse bestuurders gingen akkoord.

Uit de schaduw, in de schaduw

In de praktijk betekende dit dat de katholieken uit hun schuilkerken mochten komen. Toen Zwolle nog onderdeel van de Republiek was, mochten katholieken alleen in het geheim hun geloof uitoefenen. Om en nabij twintig procent van de Zwollenaren was katholiek en had zich dus aan deze afspraken gehouden. Maar nu mochten ze de openbaarheid in.

De gereformeerde Zwollenaren vreesden voor hun positie. Toen de gereformeerden het nog voor het zeggen hadden in Zwolle, waren kerk, school en de staat nauw met elkaar verweven. Nu hadden ze niet meer zoveel in de melk te brokkelen. Zo mochten ze zich niet meer uitspreken over bijvoorbeeld gemengde huwelijken of onzedelijkheden.

Zwolle met de Peperbus en de toren van de Grote of Sint Michaëlskerk, gezien vanuit het noordwesten (Collectie Overijssel).

Franse soldaten

Op een avond kwamen Franse soldaten in de gereformeerde kerk om te vragen of ze mee mochten doen met het Heilig Avondmaal. Curieus, want de Fransen waren de bezetters en zouden dus katholiek-gezind moeten zijn. Echter waren deze Franse soldaten van huis uit gereformeerd. Het was een goed moment voor de gereformeerde Zwollenaren om informatie in te winnen. Moesten ze vrezen voor hun positie? De Franse soldaten vertelden dat je vrij was om te bidden tot welk geloof je wilde. Dat lieten de overheersers over aan je eigen geweten.

Maar die heersers hadden wel een voorkeur voor het katholieke geloof. Daarom werd bij de capitulatie ook besloten dat de katholieken de Grote Kerk (St. Michaelskerk) toegewezen kregen. De Jezuïeten kregen de Bethlehemse Kerk toegewezen. De gereformeerden waren aangewezen op de Onze Lieve Vrouwekerk (Peperbus). Deze was al jaren niet bijgehouden en verkeerde dus in staat van verwaarlozing.

Pastoor Waeijer

De Katholieken waren blij dat ze ‘het ware geloof’ weer mochten verkondigen. Onder hen bijvoorbeeld pastoor Waeijer. Hij beschreef wat er in deze twee jaren allemaal gebeurde in Zwolle en aan hem hebben we te danken dat we dit verhaal kunnen navertellen.

Maar zelfs Waeijer voelde aan dat de bezetting van de bisschoppen, de Engelsen en de Fransen niet lang zou duren. Op 6 mei 1674 kwam er vrij abrupt een einde aan hun aanwezigheid in Zwolle. Al snel ging alles weer terug naar het oude. De Katholieke magistraten werden weer werkeloos, de Katholieke gelovigen werden weer de schuilkerken ingejaagd, de Jezuïeten werden de Bethlehemse kerk uitgestuurd en de Capucijners vertrokken uit de stad.

Was dan echt alles weer terug bij het oude? De katholieken werden weliswaar weer in de schaduw geplaatst, de tolerantie jegens de katholieke Zwollenaren nam toe. 



Dit artikel is een bewerking van J. Erdtsieck, ‘In ’t Catholycke gelove herstelt: Het kerkelijk leven in de rampjaren 1672-1674’, Zwols Historisch Tijdschrift 11-4 (1994), 129-136.

Ijsselacademie © 2024 | Ontwerp & realisatie: Blik Reclame