Terug naar het overzicht

Genemuiden onder vreemde bezetting (1672-1674)

Door J. D. Post

Dit jaar wordt herdacht dat het 350 jaar geleden is dat het Rampjaar 1672 plaatsvond. Ons land, toen de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën geheten, werd toen over land en over zee aangevallen door de gecombineerde legers en vloten van Frankrijk (geleid door koning Lodewijk XIV), Engeland (geleid door koning Charles II), het Stift Münster (geleid door de vorst-bisschop Christoph Bernhard von Galen (‘Bommen Berend’), en het keurvorstendom Keulen (geleid door de keurvorst-aartsbisschop van Keulen Maximilian Heinrich von Bayern). De activiteiten rond de herdenking van deze gebeurtenis zijn eigenlijk uitgespreid over de jaren 2022 – 2024, maar het zwaartepunt ligt toch op de herdenking van het Rampjaar 1672, zoals gezegd dit jaar 350 jaar geleden. De herdenking van het Rampjaar 1672 wordt grootschalig herdacht: landelijk, provinciaal en lokaal.


Als Stichting Vrienden van Oud Genemuiden willen we ook aandacht besteden aan het Rampjaar 1672 en de opvolgende jaren (1673-1674/1675). In het eerste nummer van Oud nieuws van 2022, dat in april verscheen, hebben we gekeken naar de gebeurtenissen in deze jaren op internationaal, nationaal en provinciaal niveau. In deze tweede en afsluitende aflevering gaan we kijken naar de gevolgen van het Rampjaar 1672 en de daaropvolgende jaren voor Genemuiden.


Wat weten we daar nog van? Is daar nog wel wat van bekend, nu de oude archieven zijn verbrand met de grote stadsbrand van 1868? Het antwoord op deze vraag luidt: ja. Dit dankzij de beschrijving van het oud-archief van de stad Genemuiden door de Staphorster burgemeester, notaris en historicus F.A. Ebbinge Wubben uit 1856 (getranscribeerd door de bekende plaatselijke historicus Albert Heutink). Maar het gaat hier wel om losse en heel beknopte aantekeningen, die hij heeft gemaakt naar aanleiding van bepaalde oude archiefstukken, die hij tegenkwam bij zijn speurtocht door de toen nog bestaande oude archieven van de stad Genemuiden. Omdat die oude archieven verbrand zijn, is het nu helaas niet meer mogelijk om het hele verhaal achter die losse aantekeningen te achterhalen en te duiden. We zijn dus niet meer in staat om al die aantekeningen te begrijpen. Naast de aantekeningen van Ebbinge Wubben bevat ook de fraaie, eeuwenoude drinkhoorn van het stadsbestuur van Genemuiden nog een verwijzing naar deze donkere periode uit de geschiedenis van Genemuiden. Deze drinkhoorn wordt permanent tentoongesteld in het Historisch Centrum Genemuiden en kan iedere zaterdagmiddag en tijdens speciale openingsdagen nog bewonderd worden.


De bezetting van Genemuiden


Ook Genemuiden kreeg te maken met een Münsterse bezetting. Het zou een zware tijd voor zowel de bestuurders als de inwoners van Genemuiden worden. In verband met de nadering van de Münsterse troepen had het stadsbestuur van Genemuiden belangrijke documenten over de stadsrechten en de privileges van Genemuiden, tezamen met de drinkhoorn, in een afgesloten ‘Stadtskiste’ naar Hasselt gebracht (met het stallen van deze ‘Stadtskiste’ met kostbaarheden in Hasselt was een bedrag van 19 stuivers en 8 penningen gemoeid). Het stadsbestuur meende dat het daar veilig was achter de muren van de vesting Hasselt. Dit bleek echter een misrekening te zijn. Hasselt moest zich ook overgeven. Veel oude documenten zijn in de troebele jaren 1672 tot 1674 verloren geraakt. De drinkhoorn viel ook in Münsterse handen, getuige de volgende tekst op de zilveren halskraag van de drinkhoorn:


Voor Vranckrijkx wapenkreet
En Engels groot gedonder
Ceur Ceulens maght gereet
En Munsters groot van wonder

Ben ick 1670 en twee
Nae Hasselt toegesonden
Om daer te sijn in vree
Nochtans geheel geschonden

Maar dit betekende gelukkig niet het einde van de drinkhoorn! Na het einde van de Münsterse bezetting heeft het nieuwe stadsbestuur van Genemuiden de drinkhoorn weer in oude luister laten herstellen. De drinkhoorn werd vervolgens opnieuw gebruikt bij de verkiezing van nieuwe stadsbestuurders. Dat werd ook aangetekend op de zilveren halskraag:


Doch voor mijn dienst en daet
Ja ruim tweehondert jaren
Heeft deese Magistraet
Mij weder doen vermaren

Doen setten tot een pronck
Op keuren te gebruicken
En henssen met een dronck
Maer alles sonder sluicken

In Genemuiden zijn in 1672 enige tijd Münsterse troepen onder leiding van een zekere luitenant Poittore ingekwartierd geweest. De kosten voor inkwartiering van deze soldaten kwamen voor rekening van de stad Genemuiden (44 gulden en 10 stuivers). In datzelfde jaar doet burgemeester Peter de Wilde een verzoek bij de Münsterse bezettingsautoriteiten om vergoeding van kosten voor het in hechtenis nemen van een groep Staatse soldaten op het Zwartewater.

Gedurende de bezettingstijd moest de stad een hoog bedrag aan schatting betalen aan de vertegenwoordigers van de prins-bisschop van Münster. In het oud-archief van de Stad Genemuiden bevond zich een boekwerkje waarin die bedragen stonden met de kwitanties van de Münsterse bezettingsautoriteiten. Volgens Ebbinge Wubben moest er maandelijks een bedrag aan schatting worden betaald. Ebbinge Wubben schrijft ook dat de inwoners van Genemuiden deze bedragen eigenlijk niet konden opbrengen. Veel inwoners sloegen daarom op de vlucht. De Münsterse bezetter dwong hen terug te keren. Zouden ze dat niet doen, dan zou de stad in brand worden gestoken. Zelfs in de periode tussen het sluiten van de vrede (22 april 1674) en het definitieve vertrek van de Münsterse troepen uit Overijssel (20 mei 1674) moest Genemuiden nog een flinke schatting betalen aan de prins-bisschop van Münster: fl. 1.449,-. Hiervoor werden ook nog twee burgemeesters gegijzeld, die pas vrijkwamen na betaling van een losgeld van 16 zilveren dukaten.

In de beschrijving van het oude stadsarchief komen we meerdere situaties tegen waarbij het stadsbestuur ook los van die schatting nog geld heeft betaald aan de Münstersen ter voorkoming van oorlogsellende: zo heeft het stadsbestuur in 1674 10 gulden en 16 stuivers betaald ter voorkoming van vernieling van de korenmolen door Münsterse soldaten.

We lezen verder in het handschrift van Ebbinge Wubben dat in 1673-1674 een Staatse admiraal Lobs met enige schepen op de Zuiderzee verkeert met als doel om de Münsterse en Keulse troepen te verhinderen de Zuiderzee op te gaan. Het hoofd van de Münsterse bezetting in Overijssel beschuldigt in 1674 de bestuurders van Genemuiden ervan in contact te zijn geweest met die admiraal Lobs. Twee burgemeesters van Genemuiden worden door de Münstersen gegijzeld. Het stadsbestuur moet deze burgemeesters van voedsel voorzien. In totaal is het stadsbestuur aan deze kwestie een bedrag van fl. 214,- kwijt (onder andere aan kabeljauw en andere vis). In datzelfde jaar 1674 lezen we van nog een gijzeling (arrestatie) van twee burgemeesters van Genemuiden. Zij komen pas vrij na betaling van 41 zilveren dukaten.

Men krijgt de indruk alsof Genemuiden zich in de periode van de tweede helft van 1673 tot mei 1674 tussen twee vuren bevindt. Een verwarrende periode. Enerzijds stellen de Münsterse troepen hoge eisen aan de stad Genemuiden en haar inwoners en anderzijds gebeurt ditzelfde door de Staatse troepen, die opereren vanuit Blokzijl en Kampen. In 1673-1674 is er sprake van een verzoek van het hoofd van de Münsterse bezetting in dit deel van Overijssel aan de stad Genemuiden over het maken van een ‘Forteresse te Genemuiden’. Ook verzoekt dezelfde Münsterse bevelhebber om werkkrachten uit Genemuiden om een schans tegenover Genemuiden te slopen. In diezelfde periode (29 december 1673) schrijft het stadsbestuur van Genemuiden een klaagschrift aan de bevelhebber van de Staatse troepen in Blokzijl over ‘de vijandelijkheden die de Staatse partij dagelijks pleegt’. In 1674 is er sprake van plundering in Genemuiden door Staatse troepen. Kort vóór 11 januari 1674 draagt de Staatse commandant van de stad Kampen het stadsbestuur van Genemuiden op om voor fl. 300,- aan hout voor palissaden en stormpalen te leveren. Op 12 februari 1674 beveelt dezelfde commandant van de stad Kampen aan het Genemuider stadsbestuur om geen fourage of andere leveringen meer te doen aan de Münsterse troepen. Op 10 mei 1674 heeft het stadsbestuur van Genemuiden nog fl. 200,- betaald aan een troep ruiters om te voorkomen dat ze in Genemuiden halt zouden houden. Ebbinge Wubben heeft helaas niet aangegeven tot welk leger deze troep ruiters behoorde.

Hoewel lang niet alles duidelijk is, wat er is gebeurd in Genemuiden in de jaren 1672 tot 1674, staat toch één ding als een paal boven water: het was een hele zware tijd voor de toenmalige inwoners van het stadje Genemuiden! Op 11 januari 1674 beklaagt het stadsbestuur van Genemuiden zich in een brief aan de commandant van de stad Kampen over de ‘desolatie’ van Genemuiden. Genemuiden moet toen dus een troosteloze aanblik hebben vertoond. Volgens opgave bedroeg het inwonertal toen ongeveer 630 personen, waaronder 103 getrouwde mannen en maar liefst 60 weduwen en 100 weeskinderen!

Kort na de bevrijding van Genemuiden werd een volledig nieuw en Oranjegezind stadsbestuur van Genemuiden geïnstalleerd. In Kampen bevonden zich twee afgevaardigden van prins Willem III, de stadhouder van Overijssel. Zij hadden van de prins de opdracht gekregen om een nieuw provinciebestuur en nieuwe stadsbesturen aan te stellen. Deze twee afgevaardigden benoemden en beëdigden Bernard Bruinsteen tot schout en secretaris van Genemuiden. Hij kreeg tot taak om uit naam van de prins het zittende bestuur van de stad Genemuiden te ontslaan en een nieuw voorlopig stadsbestuur aan te stellen en te beëdigen. Dat gebeurde op 17 mei 1674 in Genemuiden. Het nieuwe, voorlopige stadsbestuur bestond naast hemzelf uit de volgende personen: Jan Campshaven, Jan Lubbers van Duiren, Klaas Jansen Hoekman, Hendrik Jansen Pater, Floris Peters de Wilde, Evert Jansen Pluimgreve, Hendrik Willems Visscher en Rijck Wolters van de Noorde.

Het nieuwe, voorlopige stadsbestuur nam de sleutels van het stadhuis van het oude stadsbestuur in ontvangst en ging vervolgens eerst de inhoud van de stadskas natellen. In de kas bleek nog fl. 484,- te zitten. Dat nieuwe, voorlopige stadsbestuur was nog niet van de oorlog verlost. Uit het handschrift van Ebbinge Wubben blijkt dat er nog 16 manschappen met schop en spade geleverd moesten worden voor het graven van loopgraven rond de stad Grave. Deze stad, gelegen aan de Maas, op de grens tussen Gelre en Staats-Brabant, was nog bezet door Franse troepen en werd belegerd door het Staatse leger onder leiding van prins Willem III en generaal Carl Rabenhaupt. Ook moesten er wagens worden geleverd. Er werd hiertegen geprotesteerd, omdat men vond dat Genemuiden op grond van oude privileges hiertoe niet verplicht was. Hiertoe ging een delegatie uit het stadsbestuur zelfs helemaal naar Den Haag (23 augustus 1674). Het protest had echter niet het gewenste resultaat.

Verderop in het handschrift van Ebbinge Wubben vinden we nog een vermelding van het vorderen van wagens onder de inwoners van Genemuiden voor het vervoer van het Staatse leger naar Charleroi (in het tegenwoordige België) om die stad te kunnen belegeren.

Op 11 juni 1675 werd het voorlopige stadsbestuur ontslagen uit haar functie en vervangen door een nieuw en definitief stadsbestuur, uiteraard volledig prinsgezind. Dit nieuwe, definitieve stadsbestuur bestond uit de volgende personen:
• Schepenen: Hendrik Klaassen Visscher, Rijck Jansen ten Napel, Floris Peters de Wilde en Hendrik Willems Visscher;
• Raden: Cornelis Sijmons Kerkhof, Jacob Rijx, Jan Campshaven en Hendrik Jans Pater;
• Gemeenslieden: Evert Jans Pluimgreve, Jan Gerrits Visscher, Jan Lubbers van Duiren, Rijk Wolters van de Noorde, Klaas Jans Hoekman, Willem Hendriks te Walle, Gerrit Adams Eenckhoorn en Klaas Jans Geelboom;
• Secretaris: Bernard Bruinsteen.

Raad Jacob Rijx kennen we in zekere zin nu nog! Hij heeft namelijk aan de kerk van Genemuiden een zeer fraaie, zilveren avondmaalsbeker nagelaten, die nog altijd tijdens de viering van het Heilig Avondmaal in de Grote Kerk van Genemuiden is te bewonderen. De avondmaalsbeker is vervaardigd in 1685 door zilversmid Joan Kuynder, dezelfde zilversmid die ook de halskraag van de drinkhoorn heeft vervaardigd. Op de avondmaalsbeker is onder andere de volgende tekst over Jacob Rijx (ook Ryxxen) aangebracht:


‘Anno 1631 Jacob Ryxxen Geboren
Anno 1672 tot Burgermr vercoren
Anno 1684 Door Godts Beleit
Gebracht in De Eeuwige saligheit’

Het nieuwe en definitieve stadsbestuur heeft op dezelfde dag de eed afgelegd ten overstaan van genoemde Bernard Bruinsteen. Dit alles moest secretaris Bernard Bruinsteen doen op last van Gedeputeerde Staten van Overijssel op basis van het in aflevering 1 genoemde Regeringsreglement van Overijssel van 1675. Op grond van dat nieuwe Regeringsreglement bleef de jaarlijkse verkiezing van het nieuwe stadsbestuur plaatsvinden op Petri Ad Cathedram (22 februari). Die verkiezing gebeurde door de zogenaamde keurnoten. Dat waren burgers van Genemuiden, die het recht hadden om de nieuwe stadsbestuurders te kiezen. Dat kiezen vond plaats door het trekken van gouden en zilveren bonen. Nieuw was dat de nieuw gekozen bestuurders daarna eerst nog moesten worden goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Overijssel. Dit bleef zo tot het overlijden van koning-stadhouder Willem III in 1702.

Op of rond 8 juli 1675 heeft dit nieuwe stadsbestuur van Genemuiden nog een klaagschrift gestuurd naar Gedeputeerde Staten van Overijssel. Daarin vroegen de stadsbestuurders om lastenvermindering, omdat de stad zo berooid en uitgeplunderd was als gevolg van de afpersingen door de troepen van de prins-bisschop van Münster. In het handschrift van Ebbinge Wubben vinden we helaas geen antwoord van Gedeputeerde Staten op dit klaagschrift….

Afsluiting

De 6 jaar durende oorlog (1672 – 1678) begon inktzwart voor de Republiek, maar het is de Republiek gelukt om de krijgskansen in haar voordeel te doen keren. In militair opzicht werden er indrukwekkende prestaties geleverd, zowel te land als ter zee. Ook in diplomatiek opzicht wist de Republiek opmerkelijke successen te boeken. De Republiek slaagde erin de oorlog tot een groot Europees conflict te maken, waardoor veel staten betrokken raakten bij het conflict. De Republiek sloot strategische bondgenootschappen met staten als Spanje (de vijand tijdens de 80-jarige oorlog!) en het opkomende Brandenburg (dat ook dynastiek verbonden was met de Oranjes). Zelfs de Duitse keizer kon niet buiten het conflict blijven, sloot zich aan bij de Republiek en verklaarde de oorlog aan Frankrijk. Het bondgenootschap van Frankrijk, Engeland, Keulen en Münster, dat in 1672 de oorlog tegen de Republiek begon, bestond in 1678 niet meer. Sterker nog, de Republiek had op 10 januari 1678 zelfs een verbond gesloten met de voormalige vijand Engeland tegen Frankrijk! Het voortbestaan van de Republiek was verzekerd. Maar hiervoor was een zeer hoge prijs betaald. De Republiek was financieel uitgeput. De staatsschuld was enorm toegenomen om de oorlog te kunnen bekostigen. Grote delen van het land waren verwoest en uitgeplunderd. Een voorbeeld hiervan vormt het geruïneerde gewest Overijssel en daarbinnen ons stadje Genemuiden. De status van de Republiek als onaantastbare grootmacht, die kon wedijveren met staten als Engeland en Frankrijk, was voorbij. Dat gold ook voor de Gouden Eeuw. De neergang, hoe geleidelijk die aanvankelijk ook ging, was ingezet.

‘Vijand’ Frankrijk boekte onder andere gebiedswinst in de gebieden, die tot de Zuidelijke Nederlanden behoorden (het huidige België en Luxemburg). Het boekte ook prestigewinst. Het land had laten zien dat ze zelfs alleen een tegenstander van formaat was. Frankrijk had de Republiek als grootmacht gebroken. Het gebied van het huidige België en Luxemburg (de Zuidelijke Nederlanden) was zo verwoest door het Franse leger dat daar lange tijd geen industrie mogelijk was. De stadscultuur en de stedelijke economie, die eeuwenlang zo kenmerkend waren voor de Zuidelijke Nederlanden (denk aan de handelssteden Gent en Brugge), kwam tot stilstand. De Zuidelijke Nederlanden zouden verworden tot een onderontwikkeld gebied, waarin het platteland en de landbouw de boventoon voerden. Frankrijk werd de dominante mogendheid op het Europese vasteland. Toch moest ook Frankrijk een prijs betalen. Frankrijk raakte jarenlang diplomatiek geïsoleerd. Er ontstond een Nederlands-Engels blok onder leiding van koning-stadhouder Willem III. Hij zag het tot zijn taak om een halt toe te roepen aan het Franse streven naar gebieds- en machtsuitbreiding op het Europese vasteland. Dit zou helaas weer tot nieuwe, langdurige oorlogen leiden…

Dit artikel werd gepubliceerd in Old Ni-js. Oud Nieuws. Oud Genemuiden, beleef het… Jaargang 46, nr. 3 (November 2022)

Ijsselacademie © 2022 | Ontwerp & realisatie: Blik Reclame