Terug naar het overzicht

Hoeveel kostte de eerste Münsterse oorlog (1665) voor de stad Goor?

Door Nathalie Niehof

Een prijskaartje plakken op de eerste Münsterse oorlog: dat is zo makkelijk nog niet. Hoeveel kosten maakten ze in bezet gebied om aan de wensen van de bezetter te voldoen? Historicus D. Jordaan onderzocht dit in Goor aan de hand van schadevergoedingen die na de eerste inval van Bommen Berend werden ingediend.

In oktober 1665 werd Goor bezet door de bisschop van Münster. In een bron van 17 oktober van dat jaar valt te lezen dat 123 gezinnen militairen moesten inkwartieren in hun huizen. Ze moesten deze militairen voorzien in hun dagelijkse levensbehoefte. Daarnaast dienden ze haver te leveren aan de bezetter. 

Ook de andere bewoners van Goor voelden de bezetting van Bommen Berend onmiddellijk in hun portemonnee. Er werd een bijdrage gevraagd van de inwoners voor het financieren van de inval in Deventer en Zutphen. Het ging om 259 gulden en zes stuivers, zeven tonnen bier en honderd ponden brood. 

Tijdens de bezetting, zelfs als de Fransen de Nederlanders komen bevrijden, blijven de Münsterse troepen eten en geld eisen. Sterker nog, als de Münsterse groepen terugvechten tegen de Fransen, hebben ze meer geld, eten, drinken en beesten nodig. 

De schade

Na de bezetting, als de Bisschop van Münster definitief is vertrokken, kan de schade worden opgemaakt. In totaal dienen honderdveertig huishoudens uit Goor een verzoek in om de oorlogsschade vergoed te krijgen. Albert Meisters schrijft bijvoorbeeld dat hij door Bommen Berend ‘zes linnen hemden, vier linnen lakens, drie boeken, drie tafellakens, servetten, een mantel, een schort, vlas en garen, varkens, brood, metworst, leverworst en kaas’ is verloren. Hij wenst een schadevergoeding van 79 gulden.

Er zijn tal van vergelijkbare voorbeelden te noemen. Zo dient Hylleken ten Merme een schadeclaim in van 28 gulden voor ‘kledingstukken, een zilveren lepel, een strijkijzer, een spiegel, een halve koe, een varken, boter, een stuk zoutvlees en het armenboek’. Derick van Tijnen, hoedenmaker, wil vierentwintig hoeden vergoed zien. 

Naast de bovengenoemde schadeclaims, werd door burgemeesters, schepenen, de raad der stad Goor en in totaal honderdtachtig gezinshoofden onder ede verklaard hoeveel totale schade zij geleden hadden. Zij zouden bij een conferentie in Nordhorn – op 20 juli 1666 – de totale schadeclaim van de stad Goor presenteren: 27.695 gulden en één stuiver. 

Wie betaalt de rekening?

Na deze conferentie leek alles in kannen en kruiken. De stad Goor had de schadeclaim gepresenteerd en het leek erop dat dit geld terug zou worden betaald. Maar dat bleek toch minder gemakkelijk te gaan dan in eerste instantie werd gedacht. Toen bleek dat er bij de bisschop van Münster geen geld te halen viel, werd besloten de schade op de Katholieken in Goor te verhalen. Welgestelde katholieken werd gevraagd om mee te betalen aan de rekening van de oorlog. 

Dit soort betalingen zetten echter geen zoden aan de dijk. De ontevredenheid onder inwoners van Goor steeg, omdat ze er geen vertrouwen in hadden dat de schadevergoedingen daadwerkelijk zouden worden uitgekeerd.

Een rekensom van jewelste 

Uiteindelijk werd de uitkering van de schade een rekensom van jewelste. In 1667 vaardigden Ridderschap en Steden een resolutie uit waarin stond dat de stad Goor ten tijde van de Münsterse oorlog en de bezetting door Bommen Berend geen belastingen en accijnzen had betaald. Deze achterstallige betalingen zouden worden verrekend met de schade die tijdens de bezetting geleden was. Die schade was inmiddels opnieuw geïnventariseerd en het totaalbedrag kwam inmiddels uit op één derde van de originele schadeclaim. Nadat dit alles verrekend was, kwam onder de streep uit dat Goor juist geld moest bijleggen in plaats van dat ze geld uitgekeerd kreeg.  

De stad Goor geeft een mooi inzicht in de kosten die geleden werden door inwoners van een bezette stad ten tijde van de 17de eeuw. Militairen inkwartieren, gedwongen financiële bijdragen, plunderingen: het zijn allemaal kostenposten die na de oorlog nauwkeurig werden geregistreerd. Ook de afhandeling van de schade werd uitgebreid bijgehouden. Het maakt het voor historici vandaag de dag mogelijk om inzicht te krijgen in de schade die een stad met de omvang van Goor destijds heeft geleden.

Dit artikel is een bewerking van D. Jordaan J. G. Hzn., ‘De stad Goor tijdens de Münsterse oorlogen van 1665-1666 en van 1672-1674’, Overijsselse Historische Bijdragen 1860-2007 1950-65, 138-168.

Ijsselacademie © 2024 | Ontwerp & realisatie: Blik Reclame